Nieuwsartikel
Hoge Raad laat vraag over fiscale ongelijkheid verbeurdverklaring onbeantwoord
30-07-2026Een veroordeelde drugshandelaar wil de verbeurdverklaarde auto en contanten in aftrek brengen op zijn inkomen. De wet staat dat niet toe, terwijl ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wél aftrekbaar is. Is dat onderscheid discriminerend? De Hoge Raad komt niet toe aan beantwoording van die vraag. De verbeurdverklaring betrof instrumenten van het misdrijf, niet de opbrengst ervan.
Veroordeling en vermogensvergelijking
De strafrechter veroordeelt een man voor drugsdelicten, wapenbezit en witwassen. Bij het vonnis verklaart de rechter een auto en contanten verbeurd. De inspecteur gebruikt de feiten uit het strafvonnis om een vermogensvergelijking op te stellen en legt een aanslag inkomstenbelasting 2017 op. De aankoop van de auto en de contanten zijn daarin meegenomen als belastbaar inkomen.
Aftrekbeperking voor misdrijfkosten
De man wil de verbeurdverklaarde goederen in aftrek brengen. De Wet IB 2001 sluit echter aftrek van kosten uit die verband houden met een misdrijf. Op die regel bestaat één uitzondering: ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht is wél aftrekbaar. Voor verbeurdverklaring op grond van artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht geldt die uitzondering niet. De man betoogt dat dit onderscheid in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM.
Twee soorten verbeurdverklaring
De Hoge Raad wijst erop dat verbeurdverklaring op twee gronden kan plaatsvinden. De eerste grond is dat voorwerpen zijn verkregen uit de baten van het strafbare feit, de zogenoemde ontnemende verbeurdverklaring. De tweede grond is dat met de voorwerpen de strafbare feiten zijn begaan, bijvoorbeeld de auto waarmee drugs werden vervoerd. De man veronderstelt dat de eerste grond van toepassing is, maar dat berust op een onjuiste lezing van het strafvonnis. De strafrechter heeft de auto en de contanten verbeurdverklaard, omdat daarmee de feiten zijn begaan, niet omdat zij de opbrengst van die feiten vormden.
Principiële vraag blijft open
Het cassatieberoep faalt reeds daarom. De Hoge Raad laat uitdrukkelijk in het midden of de aftrekbeperking bij een ontnemende verbeurdverklaring in strijd is met het discriminatieverbod. Die vraag blijft dus onbeantwoord, maar is wel relevant. Bij ontneming wordt de opbrengst van het misdrijf afgepakt en is fiscale aftrek toegestaan. Bij ontnemende verbeurdverklaring wordt een voorwerp afgepakt dat is verkregen uit de opbrengst van het misdrijf, maar is geen aftrek mogelijk. Of dat onderscheid te rechtvaardigen valt, moet een volgende zaak uitwijzen.
Terug naar het overzicht

