Nieuwsartikel

Nieuwsartikel

Hoge Raad bekrachtigt rechtmatigheid verhuurderheffing

23-07-2026

Een bv heeft voor de jaren 2019, 2020 en 2021 verhuurderheffing voldaan en maakt bezwaar tegen de rechtmatigheid ervan. De bv betoogt dat de inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH) een essentiële voorwaarde is voor de verhuurderheffing. Het hof oordeelt echter dat er geen verband bestaat tussen de verhuurderheffing en de IAH. De primaire doelstelling van de verhuurderheffing is het genereren van inkomsten voor de Overheid. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel en benadrukt dat de wetgever de hoogte van de verhuurderheffing niet heeft gekoppeld aan de verwachte opbrengst van de IAH.

Vergelijking met box 3

De bv trekt een parallel tussen de verhuurderheffing en de box 3-heffing, waarbij zij aanvoert dat de verhuurderheffing, als 'gemiddeldebelasting', strijdig is met het discriminatieverbod en het eigendomsgrondrecht. Het hof verwerpt deze vergelijking. De verhuurderheffing heeft, in tegenstelling tot de box 3-heffing, geen relatie met het inkomen van de verhuurder. De Hoge Raad onderschrijft dit standpunt.

Ongelijke behandeling mede-eigenaren in 2019

De bv stelt tevens dat de verhuurderheffing in 2019 discriminerend is, aangezien deze niet wordt geheven van verhuurders die sociale huurwoningen in mede-eigendom bezitten, terwijl dit wel het geval is voor verhuurders met sociale huurwoningen in volle eigendom. De Hoge Raad bevestigt dat er voor het jaar 2019 inderdaad sprake is van een ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen.

Deze ongelijke behandeling is het gevolg van een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2018, waarin een tekortkoming in de regelgeving werd geconstateerd. De Belastingdienst heeft daarop besloten de verhuurderheffing voor mede-eigenaren in 2019 buiten toepassing te laten. De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever voldoende voortvarendheid heeft getoond bij het herstel van dit gebrek. De reparatiewet is in oktober 2019 aangekondigd, in maart 2020 ingediend en in juli 2020 in werking getreden, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. Hierdoor is er geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.


Terug naar het overzicht
Top
a·s WORKS
2075